Feyenoord keek al na acht minuten tegen een achterstand aan. Yann Bisseck opende de score, waarna Francesco Pio Esposito de voorsprong na 34 minuten verdubbelde. Kort na rust maakte Piotr Zieliński de derde Italiaanse treffer. Daarmee was de wedstrijd feitelijk beslist. De Rotterdammers probeerden zich terug te knokken, maar slaagden er nauwelijks in om de defensie van Inter daadwerkelijk in problemen te brengen. De Italianen speelden de wedstrijd vervolgens gecontroleerd uit.
Feyenoord heeft dinsdagavond een pijnlijke nederlaag geleden in de Champions League. De ploeg van Giovanni van Bronckhorst verloor in De Kuip met 0-3 van Internazionale. De Italiaanse topclub was op de beslissende momenten bijzonder effectief, terwijl Feyenoord nauwelijks gevaar wist te stichten. Opvallend genoeg waren de verschillen in balbezit, doelpogingen en expected goals veel kleiner dan de uitslag doet vermoeden.
Meer balbezit, maar nauwelijks doelgevaar
De wedstrijdstatistieken van FotMob laten een opmerkelijk beeld zien. Feyenoord had met 53 procent meer balbezit dan Internazionale en beide ploegen kwamen tot elf doelpogingen. Het grote verschil zat in de afronding. Feyenoord schoot slechts twee keer op doel, terwijl Inter zes pogingen tussen de palen kreeg. De Italianen waren daarmee niet alleen nauwkeuriger, maar wisten ook drie van die zes schoten te verzilveren.
Ook de expected goals laten een opvallend verschil met de eindstand zien. Feyenoord kwam tot 0,73 xG, tegenover 1,19 xG voor Inter. Op basis van de kwaliteit van de kansen was het verschil dus aanzienlijk kleiner dan de uiteindelijke drie doelpunten. Inter haalde daarmee uitzonderlijk veel rendement uit de gecreëerde mogelijkheden.
Inter toont Feyenoord het verschil in effectiviteit
Het meest opvallende cijfer is misschien wel dat Internazionale drie keer scoorde uit slechts 1,19 verwachte doelpunten. De Italianen hadden daarvoor geen enorm overwicht nodig. Bisseck sloeg al vroeg toe en Esposito verdubbelde de voorsprong met een kopbal. Na rust maakte Zieliński met een afstandsschot het verschil definitief.
Voor Feyenoord verliep het precies andersom. De Rotterdammers kwamen regelmatig op de helft van Inter, maar wisten hun aanvallen onvoldoende om te zetten in uitgespeelde kansen. Met 23 balcontacten in het Italiaanse strafschopgebied bleef Feyenoord bovendien achter bij de 29 van Inter. De bezoekers waren vooral gevaarlijker op de momenten waarop het er daadwerkelijk toe deed.
Valente en Zechiël houden zich staande
Ondanks de ruime nederlaag waren er enkele Feyenoorders die individueel een voldoende haalden. Luciano Valente kreeg volgens de beschikbare wedstrijdbeoordelingen een 7,4 en was daarmee de best gewaardeerde Rotterdammer. Gjivai Zechiël volgde met een 7,3, terwijl Oussama Targhalline een 7,0 kreeg. Het middenveld wist regelmatig de bal in de ploeg te houden, maar dat leidde nauwelijks tot kansen.
Daarmee ontstaat een interessante tegenstelling. Feyenoord had met 89 procent zelfs een hogere passnauwkeurigheid dan Inter, dat op 86 procent uitkwam. Toch waren de Italianen veel gevaarlijker wanneer zij de aanval zochten. Balbezit en verzorgd positiespel bleken daardoor onvoldoende om de Italiaanse defensie open te breken.
Feyenoord komt aanvallend tekort
De wedstrijd onderstreepte opnieuw hoe lastig Feyenoord het heeft wanneer een tegenstander de ruimtes klein houdt en weinig weggeeft. Nacho Ferri kreeg in de spits nauwelijks mogelijkheden om gevaarlijk te worden. Ook Anis Hadj Moussa slaagde er niet in om met zijn individuele acties het verschil te maken. Van Bronckhorst probeerde na rust met verschillende wissels iets te veranderen.
Onder anderen Sem Steijn en Jerayno Schaken kwamen binnen de lijnen, maar ook zij konden het wedstrijdbeeld niet meer kantelen. Vooral het beperkte aantal schoten op doel is veelzeggend. Feyenoord had de bal regelmatig in bezit, maar dwong de Italiaanse doelman slechts twee keer tot een redding.
Pijnlijke nederlaag legt Europese tekortkomingen bloot
Na vier Champions League-wedstrijden heeft Feyenoord nog altijd slechts drie punten verzameld. De Rotterdammers verloren van Barcelona, Real Betis en Internazionale en wonnen alleen van Como 1907. Tegen Inter was het verschil in de onderliggende statistieken kleiner dan bij de eerdere nederlaag tegen Barcelona. Toch maakte de Italiaanse ploeg op het veld een volwassenere indruk en strafte zij de geboden ruimte genadeloos af.