Neem Nacho Ferri. De spits kende een moeizame start, leek zich daar langzaam aan te ontworstelen, maar zit inmiddels opnieuw in een mindere fase. Dat is voor een jonge aanvaller helemaal niet vreemd. Alleen heeft Feyenoord weinig aan die wetenschap wanneer het op zondagmiddag drie punten moet pakken. Van een spits wordt nu eenmaal verwacht dat hij doelpunten maakt, ook als hij zelf nog volop in ontwikkeling is.
Feyenoord heeft de afgelopen transferperiodes flink geïnvesteerd in spelers die zich nog moeten ontwikkelen. Jongens met potentie, die op termijn een flinke transfersom kunnen opleveren. Een begrijpelijke strategie voor een club die financieel niet kan concurreren met de Europese top. Maar aan dat beleid kleeft ook een nadeel. De spelers die Feyenoord in de toekomst miljoenen moeten opleveren, moeten de club vandaag al aan prijzen helpen.
De druk is hoog
Ook Tjark Ernst ondervindt hoe groot de druk in Rotterdam kan zijn. De doelman heeft zijn kwaliteiten laten zien, maar maakt ook fouten die op dit niveau zwaar worden afgestraft. Tegen Internazionale maakte de doelman geen grote fouten, maar dat hij momenteel geen uitblinker is, is duidelijk. Ernst zal ongetwijfeld beter worden van zulke ervaringen, maar daarmee zijn de tegendoelpunten natuurlijk niet ongedaan gemaakt.
En het blijft niet bij Ferri en Ernst. In vrijwel iedere linie (Read, Marmol, Kraaijeveld, Zechiël, Valente) beschikt Feyenoord over spelers die veelbelovend zijn, maar nog niet de ervaring hebben om week in, week uit hetzelfde niveau te halen. Dat hoeft geen probleem te zijn wanneer er voldoende ervaren krachten tegenover staan. Alleen wordt het een stuk lastiger wanneer meerdere spelers tegelijkertijd door een mindere fase gaan.
Talent genoeg, ervaring een ander verhaal
Dat was tegen Internazionale goed zichtbaar. De Italianen traden nota bene aan zonder verschillende belangrijke spelers, maar hadden desondanks weinig moeite om Feyenoord opzij te zetten. De ploeg van Cristian Chivu speelde met een rust en volwassenheid waar Feyenoord nog behoorlijk wat van kan leren. Waar de Rotterdammers onder druk verkeerde keuzes maakten, wist Inter precies wanneer het tempo omhoog moest en wanneer juist niet.
Natuurlijk is het kwaliteitsverschil tussen beide clubs aanzienlijk. Toch mag Feyenoord zich afvragen of het zichzelf niet onnodig kwetsbaar maakt door zo veel verantwoordelijkheid bij relatief onervaren spelers neer te leggen. Het is nogal wat om jonge voetballers tegelijkertijd te laten wennen aan een nieuwe club, een nieuwe speelwijze en de druk van het moeten winnen.
Daar komt bij dat Feyenoord weinig ruimte heeft om rustig te bouwen. In Rotterdam moet ieder seizoen om de prijzen worden gespeeld en deelname aan de Champions League is financieel van groot belang. Dat verdraagt zich niet altijd even gemakkelijk met een selectie waarin verschillende spelers nog moeten leren wat er op het hoogste niveau van hen gevraagd wordt.
De rekening komt nu
Toch is het te gemakkelijk om het transferbeleid daarmee als mislukt te bestempelen. Feyenoord heeft de afgelopen jaren juist laten zien dat het ontwikkelen en verkopen van spelers een succesvolle strategie kan zijn. Bovendien zijn ervaren voetballers niet automatisch betere voetballers. Leeftijd zegt lang niet alles. Een jonge speler met honderd wedstrijden op topniveau kan verder zijn dan een oudere aankoop die die ervaring mist.
Het gaat vooral om de verhouding binnen de selectie. Hoeveel spelers kunnen op een slechte dag terugvallen op hun ervaring? Wie neemt de ploeg bij de hand wanneer het tegenzit? En hoeveel spelers zijn eigenlijk al gewend om iedere drie dagen onder grote druk te presteren?
Dat zijn vragen die verder reiken dan de nederlaag tegen Internazionale. Ook in de Eredivisie heeft Feyenoord de afgelopen weken moeite gehad om wedstrijden naar zijn hand te zetten. Tegen PSV werd een bijzonder zwakke eerste helft nog gerepareerd, maar tegen Fortuna Sittard gaf de ploeg na een voorsprong de controle volledig uit handen.
Giovanni van Bronckhorst zal zijn spelers de ruimte moeten geven om fouten te maken en daarvan te leren. Dat hoort bij het werken met talent. Tegelijkertijd wordt hij afgerekend op de resultaten van vandaag, niet op de transferwaarde die zijn selectie over twee jaar vertegenwoordigt.
En daar zit voor Feyenoord de moeilijkheid. De club heeft spelers aangetrokken die in de toekomst het verschil moeten maken, maar vraagt van een aantal van hen nu al de prestaties van gearriveerde krachten. Dat kan uitstekend uitpakken wanneer alles meezit. Alleen blijkt de rekening voor dat leergeld soms behoorlijk hoog.