In de nieuwste aflevering van FC Bankzaken op Voetbal International neemt VI-journalist Tom Knipping de financiële huishouding van Feyenoord onder de loep. Zijn kritiek is op verschillende punten stevig onderbouwd. Vooral de groei van 277 naar 444 voltijdsbanen roept vragen op. Een uitbreiding van ruim zestig procent in vijf jaar tijd is moeilijk te negeren, zeker bij een club waarvan de inkomsten sterk afhankelijk zijn van Europees voetbal. Toch zijn er met de komst van het vrouwenelftal, steeds eerder aanbieden van profcontracten en ontwikkeling van Feyenoord ONE voldoende verklaarbare aanleidingen voorhanden.
De financiële cijfers van Feyenoord geven voldoende aanleiding tot kritische vragen. Een verlies van 12,6 miljoen euro, sterk gestegen personeelskosten en een organisatie die in vijf jaar tijd fors is gegroeid. Toch is er een behoorlijk verschil tussen de problemen die de cijfers blootleggen en de suggestie dat Robert Eenhoorn en Dévy Rigaux op een zinkend schip zijn gestapt.
Personeelskosten
De personeelskosten springen in het oog. Feyenoord besteedde blijkens de door Knipping bekeken jaarrekening 89,7 miljoen euro aan personeel, ongeveer 78 procent van de omzet. Dat is fors, maar het cijfer verdient enige context. In de personeelslasten kunnen ook incidentele kosten zitten, zoals vertrekvergoedingen (ontslag Van Persie) en prestatiepremies(behalen Champions League). Voor een oordeel over de structurele salarisdruk moet duidelijk zijn hoeveel daarvan daadwerkelijk op terugkerende verplichtingen betrekking heeft, die informatie is niet publiekelijk beschikbaar.
Dat neemt de kritiek op de omvang van de organisatie niet weg. Feyenoord heeft zijn uitgaven de afgelopen jaren aanzienlijk zien groeien, terwijl de inkomsten sterk schommelen. De club kan zich niet ieder seizoen verzekeren van de miljoenen die deelname aan de Champions League oplevert.
Nieuwe leiding, nieuw beleid
Juist daarom is het interessant om naar het beleid van de nieuwe leiding te kijken. Eenhoorn en Rigaux kwamen niet binnen bij een club waarvan de financiële situatie onbekend was. De kwetsbaarheid van het verdienmodel was al zichtbaar en de nieuwe bestuurders hebben inmiddels maatregelen genomen. Zo werd het aantal contractspelers teruggebracht van 43 naar 28 en koos Feyenoord ervoor de salarismassa en toekomstige afschrijvingen te verlagen.
Tegelijkertijd werden niet alle waardevolle spelers verkocht. Daarmee accepteerde de club bewust dat er minder directe transferinkomsten binnenkwamen. Of die afweging financieel verstandig blijkt, zal de komende jaren moeten blijken. Maar het is wel degelijk een beleidskeuze, geen bewijs dat de directie de controle kwijt is.
Zinkend schip?
Knipping erkent in zijn analyse zelf dat de nieuwe leiding al stappen heeft gezet. Dat maakt de suggestie in de titel misschien niet helemaal terecht. De financiële erfenis is zwaar, maar de bestuurders die haar moeten aanpakken, hebben gekozen voor een koerswijziging waardoor zoveel mogelijk pijn in seizoen 2025/2026 is genomen. Zij waren dan ook ontegenzeggelijk op de hoogte van de situatie toen zij erin stapten.
De komende jaarrekeningen zullen moeten uitwijzen of de ingrepen voldoende zijn. Voorlopig is er alle reden om de financiële ontwikkeling kritisch te volgen.