Na de overtuigende overwinningen op Utrecht en AZ en de heerlijke Champions League-avond tegen Como zaten we weer ouderwets op een roze wolk. Giovanni van Bronckhorst had het elftal aan de praat gekregen, spelers groeiden naar een volgend niveau en zelfs in Europa leek er weer wat mogelijk. Drie wedstrijden later ziet de wereld er alweer een stuk minder rooskleurig uit.
Wie weleens een dieet heeft gevolgd, kent het verschijnsel. De eerste kilo's vliegen eraf, de complimenten stromen binnen en voor je het weet sta je tevreden voor de spiegel. Tot de weegschaal een paar weken later iets heel anders vertelt. Het jojo-effect. Hardnekkig, frustrerend en bijzonder lastig uit te bannen.
Stroef, laf en bang
Tegen Telstar was het stroef, bij vlagen niet om aan te gluren. Bij Real Betis volgde een nederlaag door te laf te spelen en zondag tegen PSV werd een bang Feyenoord voor rust werkelijk alle kanten op gespeeld. Dat Serdar Gözübüyük daarbij ontzettend warrig de fluit hanteerde, hielp bepaald niet. Maar wie de schuld van die eerste helft bij de scheidsrechter legt, heeft waarschijnlijk zelf ook een afspraak bij de opticien nodig.
Gelukkig bleek het geen opmaat naar een afstraffing en vocht Feyenoord zich na rust alsnog terug. Dat is vooralsnog wel de grootste winst ten opzichte van vorig seizoen. Bij Robin van Persie was er nauwelijks een ondergrens te ontdekken en was elke wedstrijd waarin Feyenoord op achterstand kwam ook een garantie voor verlies(punten). Onder Van Bronckhorst lijkt de bodem inmiddels iets minder diep te liggen. Al was het de afgelopen week weer ouderwets billenknijpen.
Je weet nooit precies weet welke ploeg er op het veld verschijnt. De ene wedstrijd wordt een tegenstander van het kastje naar de muur gestuurd, een paar dagen later oogt dezelfde selectie alsof ze in de kleedkamer aan elkaar zijn voorgesteld en compleet vergeten waar hun kracht ligt. Het jojo-effect beperkt zich bovendien niet tot het veld. Ook op financieel gebied schommelt Feyenoord er lustig op los.
Robert Eenhoorn over de cijfers
Algemeen directeur Robert Eenhoorn legde afgelopen week de vinger op de zere plek. Een succesvol Champions League-seizoen en een tegenvallend jaar in de Europa League kunnen zomaar vijftig miljoen euro aan omzet schelen. De afgelopen jaarcijfers onderstrepen dat pijnlijk: de omzet kelderde met 51,5 miljoen euro, terwijl de kosten nagenoeg gelijk bleven. Onder de streep resteerde een verlies van 12,6 miljoen euro.
Eenhoorn waarschuwde daarbij voor een bekend gevaar dat bij iedere voetbalclub op de loer ligt: dat met incidentele inkomsten structurele kosten worden gemaakt. Een waarheid als een koe, maar daarmee niet minder zorgwekkend. Feyenoord kan in één seizoen vijftig miljoen euro aan inkomsten verliezen, terwijl de salarisstrookjes en andere vaste verplichtingen gewoon blijven bestaan. Alsof je besluit op dieet te gaan, maar ondertussen wel iedere avond een kapsalon blijft bestellen.
Gouden bergen op komst
Dit seizoen lonken dankzij de Champions League alweer aanzienlijk betere cijfers. Maar wat als het volgend jaar opnieuw de Europa League wordt? Je kunt moeilijk iedere zomer de beste speler verkopen om de begroting weer passend te krijgen en verwachten dat de sportieve prestaties op peil blijven.
Toch is Feyenoord niet meer de club van tien jaar geleden. De pieken worden frequenter en de dalen lijken, met enige voorzichtigheid gezegd, wat minder diep. Van Bronckhorst lijkt zijn ploeg sneller weer bij de les te krijgen, ook tijdens wedstrijden.
Alleen blijft die wisselvalligheid een bijzonder hardnekkige kwaal, maar ook past het bij een ploeg in opbouw. Zoals iedereen die ooit twintig kilo verloor om er vervolgens vijfentwintig aan te komen weet: een paar goede weken zeggen nog bar weinig. Want uiteindelijk draait een goed dieet niet om hoeveel kilo's je in een week kwijtraakt, maar om wat er na een jaar nog af is.
Voor Feyenoord geldt precies hetzelfde. De kunst is niet om af en toe op topniveau te presteren of incidenteel de miljoenen binnen te harken. De kunst is om te voorkomen dat je na iedere piek weer opnieuw moet beginnen.
Raymond