Van Wieffer tot Zechiël: het patroon achter Feyenoords 30 miljoen euro middenvelders

Van Wieffer tot Zechiël: het patroon achter Feyenoords 30 miljoen euro middenvelders

1 reactie 1
Bron: FR-Fans.nl
Foto: PRO SHOTS / Shane Winsser
Auteur: Redactie

Feyenoord ziet opnieuw een middenvelder uit de eigen opleiding of scouting uitgroeien tot een speler met een stevige transferwaarde. Gjivai Zechiël is pas net doorgebroken als vaste waarde, maar wordt inmiddels in verband gebracht met Arsenal en Chelsea. Daarmee komt een opvallend patroon in beeld. Mats Wieffer en Orkun Kökçü legden de afgelopen jaren al dezelfde route af: ontwikkelen, minuten maken, waarde opbouwen en vervolgens voor tientallen miljoenen vertrekken.

De interesse van de Engelse topclubs is voorlopig niet meer dan interesse. Volgens recente berichten volgen Arsenal en Chelsea de ontwikkeling van Zechiël en zouden beide clubs hem richting de winterse transferperiode in de gaten houden. Een concrete aanbieding van een van beide clubs ligt er vooralsnog niet. Wel is duidelijk dat Feyenoord inmiddels een veel sterkere onderhandelingspositie heeft dan enkele maanden geleden. Lille meldde zich deze zomer met een voorstel van naar verluidt zeventien miljoen euro inclusief bonussen, maar de Rotterdammers hielden Zechiël aan boord. Inmiddels wordt in verschillende Engelse berichtgevingen een bedrag van ongeveer dertig miljoen euro genoemd als mogelijke vraagprijs.

De route van Wieffer

Het verhaal van Wieffer begon bij Feyenoord niet als dat van een toptalent dat voor tientallen miljoenen werd binnengehaald. De middenvelder kwam in de zomer van 2022 voor slechts 575.000 euro over van Excelsior. Hij was toen 22 jaar. In zijn eerste seizoen in De Kuip speelde hij 25 Eredivisiewedstrijden, waarvan hij er achttien in de basis begon. In alle competities kwam hij dat seizoen tot 37 wedstrijden en drie doelpunten.

Zijn ontwikkeling ging snel. Transfermarkt verhoogde zijn geschatte marktwaarde in 2023 van zeven naar vijftien miljoen euro, een stijging van meer dan honderd procent. Een jaar later vertrok Wieffer naar Brighton & Hove Albion. De transfersom bedroeg uiteindelijk 32 miljoen euro, waarmee hij op dat moment de duurste uitgaande transfer in de clubgeschiedenis werd.

Feyenoord had daarmee een speler voor relatief weinig geld opgepikt, hem in Rotterdam verder ontwikkeld en hem twee jaar later voor een veelvoud verkocht. Het was geen jeugdproduct, maar de economische logica erachter lijkt op wat nu bij Zechiël gebeurt.

Kökçü bewandelde een andere route

Bij Kökçü lag het verhaal anders. De Turkse international kwam op jonge leeftijd door de jeugdopleiding van Feyenoord en groeide geleidelijk uit tot een vaste waarde en uiteindelijk aanvoerder. In het kampioensjaar 2022/23 was hij een van de belangrijkste spelers van de ploeg. Kökçü speelde dat seizoen 46 officiële wedstrijden, maakte twaalf doelpunten en gaf vijf assists. In de Eredivisie kwam hij tot 32 wedstrijden, acht goals en drie assists.

Ook zijn marktwaarde schoot omhoog. Transfermarkt schatte Kökçü bij zijn vertrek op 35 miljoen euro. Benfica betaalde aanvankelijk 25 miljoen euro, met vijf miljoen euro aan mogelijke bonussen. Daarmee kon de transfersom oplopen tot dertig miljoen euro.

Wieffer en Kökçü verschillen dus behoorlijk van elkaar. De een kwam van Excelsior en brak op 22-jarige leeftijd door, de ander was een zelfopgeleid talent dat jarenlang binnen Feyenoord werd klaargestoomd. Toch eindigden beide trajecten op ongeveer hetzelfde financiële niveau.

En dan is daar Zechiël

Zechiël past weer in een combinatie van beide verhalen. De Rotterdammer kwam als jeugdspeler via Sparta bij Feyenoord terecht en maakte in de afgelopen seizoenen gebruik van verhuurperiodes om ervaring op te doen. Eerst bij Sparta Rotterdam, vervolgens bij FC Utrecht. Bij die laatste club speelde hij in het seizoen 2025/26 vijftig wedstrijden, waarvan 46 als basisspeler.

Die verhuurperiode blijkt achteraf een belangrijke schakel in zijn ontwikkeling. Zechiël keerde deze zomer terug naar Rotterdam en wist vervolgens een basisplaats af te dwingen. In de eerste zeven competitiewedstrijden van het seizoen kwam hij tot vijf doelpunten en drie assists, waarna Feyenoord zijn contract openbrak en verlengde tot medio 2029.

De huidige marktwaarde van Zechiël ligt volgens Transfermarkt op tien miljoen euro, gebaseerd op de laatste beschikbare marktwaarde-update van mei 2026. Dat is iets wezenlijk anders dan de bedragen die nu in de transferberichtgeving worden genoemd. De circa dertig miljoen euro is geen vastgestelde marktwaarde of transfersom, maar een bedrag dat in berichten over een mogelijke toekomstige transfer wordt genoemd.

Geen toeval, maar ook geen garantie

Wieffer, Kökçü en Zechiël laten wel degelijk een terugkerend patroon zien. Feyenoord haalt of ontwikkelt middenvelders die nog geen grote transferwaarde vertegenwoordigen, geeft ze tijd en verantwoordelijkheid, gebruikt waar nodig verhuur om speelminuten af te dwingen en profiteert vervolgens van de waardestijging.

Of dat ook daadwerkelijk een bewust uitgeschreven transfermodel van Feyenoord is, valt op basis van de beschikbare informatie niet hard te stellen. Daarvoor ontbreekt een expliciete uitspraak van de clubleiding waarin die strategie wordt bevestigd. De resultaten zijn er echter wel. Wieffer leverde 32 miljoen euro op, Kökçü maximaal dertig miljoen euro en Zechiël wordt nu al in verband gebracht met bedragen rond de dertig miljoen euro.

Daarmee is vooral de interesse van Arsenal en Chelsea interessant. Niet omdat een transfer aanstaande is, maar omdat twee Premier League-clubs naar dezelfde speler kijken die Feyenoord enkele jaren geleden nog via verhuur verder liet rijpen. Het is precies het soort ontwikkeling waar een opleidings- en verkoopclub financieel van moet leven.

De volgende stap is voor Zechiël nog niet gezet. Hij moet zijn sterke start bevestigen, zijn ontwikkeling doorzetten en een heel seizoen op niveau spelen. Maar als Feyenoord erin slaagt opnieuw een middenvelder van enkele miljoenen naar een speler van tientallen miljoenen te laten doorgroeien, begint de gelijkenis met Wieffer en Kökçü moeilijk te negeren te worden.

Lees ook