Van Persie is de nieuwste naam in een rij topvoetballers die het moeilijk hebben als trainer. Wéér een voormalige wereldspeler die ontdekt dat een grote carrière op het veld geen garantie is voor succes langs de lijn. In Rotterdam groeit de druk al maanden en dat schuurt extra, juist omdat Van Persie tot de grootste Feyenoorders van deze eeuw behoort. Het oordeel is hard, maar steeds vaker hoor je dezelfde conclusie: het fundament ontbreekt.
Sjoerd Mossou schrijft in het Algemeen Dagblad van zaterdagochtend een achtergrond stuk over topvoetballers die trainer worden. Het stuk richt zich op trainer Robin van Persie van Feyenoord. Maar naast de mening van Mossou komen ook andere bekendheden aan het woord, zoals Henk ten Cate en Toon Gerbrands.
Die constatering is niet nieuw. Clarence Seedorf stapte in 2014 zonder omwegen van het veld bij Botafogo naar het hoofdtrainerschap van AC Milan. Twijfel? Die was er niet. Waarom zou hij dit niet aankunnen? Twaalf jaar later is Seedorf al lang geen trainer meer. Net als Marco van Basten, Ruud Gullit en inmiddels ook Mark van Bommel. John Heitinga en Ruud van Nistelrooy zijn terug in een assistentenrol. Grote namen, korte houdbaarheid.
Ook Van Persie loopt tegen typische beginnersproblemen aan: miscommunicatie, wankele keuzes en een elftal dat steeds minder houvast toont. Dat maakt de vergelijking met eerdere iconen onvermijdelijk. Ooit zei Co Adriaanse al dat “een goed paard nog geen goede ruiter is”. Twintig jaar later blijkt dat geen cynisme, maar realisme. Het trainersvak vraagt andere dingen dan het topsportlichaam gewend is.
Fundament
Henk ten Cate verwoordt dat treffend. Hoe ga je om met winst en verlies, individueel en als team? Dat leer je niet vanzelf. Hij klom langzaam omhoog via beloftes, amateurs en kleinere clubs. “Het trainersvak is vallen, opstaan en iedere dag leren.” Juist die onzichtbare fouten, buiten het spotlicht, vormen het fundament dat veel oud-sterren overslaan.
Volgens Toon Gerbrands zit daar de kern. Topvoetballers functioneren jarenlang op ‘universitair niveau’, maar beginnen als trainer vaak opnieuw op de basisschool. Het probleem: ze willen daarna meteen door naar de universiteit. De tussenstappen zoals assisteren, falen en bouwen worden overgeslagen. “Een stevig fundament, daar nemen ze vaak de tijd niet voor.” Feyenoord ziet nu wat er gebeurt als die basis wankelt.
Krediet
Daar komt bij dat het trainersvak zwaarder is dan ooit. Een hoofdtrainer stuurt een organisatie aan die voelt als een middelgroot bedrijf, onder permanente mediadruk. Als speler sta je op een voetstuk, als trainer krijg je als eerste alles over je heen. Dat krediet is bij clubiconen groot, maar verdampt razendsnel. Ook in De Kuip. Juist daar, waar liefde snel omslaat in ongeduld, wordt nu zichtbaar hoe dun de lijn is tussen legende en leermeester.