Mossou begint zijn column met Feyenoord: “Toen Gerard Meijer onlangs 90 jaar werd, begon De Kuip eerst prachtig voor hem te zingen en daarna zwaaiden de mensen met een sjaaltje boven hun hoofd. Zo doe je dat met echte clubmensen (m/v): je omarmt ze, je cultiveert ze en daarna zing je van lang zullen ze leven.”
Columnist en journalist Sjoerd Mossou schrijft elke zaterdag een column voor het Algemeen Dagblad. Deze zaterdag gaat het over de definitie van het woord ‘clubicoon’. Wanneer ben je een clubicoon? En hoe eer je een clubicoon? Mossou geeft Feyenoord als voorbeeld.
Wat je in ieder geval niet moet doen als clubicoon is trainer worden. Het maakt je kwetsbaar en geeft je de mogelijkheid om van je voetstuk af te vallen, of eraf getrokken te worden. Mossou geeft de voorbeelden van Mark van Bommel bij PSV en Johnny Heitinga bij Ajax. Je zou je dus ook kunnen afvragen of Robin van Persie er goed heeft gedaan om trainer te worden bij Feyenoord, maar tot dusver groeit hij alleen maar in zijn ontwikkeling en zijn aanzien als trainer.
Tip
Clubiconen lijken ook wel steeds vaker geen spelers te zijn. Gerard Meijer was natuurlijk verzorger en masseur, maar ook bij andere clubs zijn voorbeelden te vinden van omroepers, materiaalmannen of assistent-trainers. Maar Mossou ziet vooral dat een clubicoon loyaal moet zijn, met het gevoel alsof ze altijd bereikbaar zijn. Als tip geeft Mossou nog een documentaire over Kenny Dalglish, de clubheld van Liverpool. Als je wil weten wat een clubicoon is, dan moet je die documentaire kijken die eind dit jaar uitkomt.