TERUGBLIK | Van volksclub naar voetbalonderneming

TERUGBLIK | Van volksclub naar voetbalonderneming

1 reactie 1
Bron: FR-Fans.nl
Foto: Pro Shots
Auteur: Ray

Nu eindelijk de opvolgers van Dennis te Kloese, Robert Eenhoorn en Devy Rigaux binnen zijn is het tijd om terug te blikken op het tijdperk Te Kloese, hierbij deel drie van de drie.

Van volksclub naar voetbalonderneming

De periode van Dennis te Kloese laat zich uiteindelijk moeilijk vangen in simpele termen als succes of mislukking. Daarvoor is de ontwikkeling van Feyenoord tussen 2022 en 2026 te groot geweest. Sportief, financieel en organisatorisch veranderde de club ingrijpend. Misschien wel meer dan in enige andere periode sinds het kampioenschap van 1999.

Want onder Te Kloese werd Feyenoord geen geredde club meer. Feyenoord werd een onderneming. Dat klinkt zakelijk en misschien zelfs kil voor een club die zichzelf graag ziet als volksclub, maar het is wel de kern van wat er gebeurde. Feyenoord ging structureel denken in waardegroei, internationale scouting, Europese zichtbaarheid en transfercycli. Niet langer alleen overleven van seizoen naar seizoen, maar actief bouwen aan kapitaal op het veld.

De cijfers laten zien dat dit model op veel vlakken werkte. Sinds Te Kloese technisch verantwoordelijk werd, gaf Feyenoord ongeveer 158 miljoen euro uit aan aankopen. Dat bedrag alleen al symboliseert de enorme groei van de club. Een Feyenoord dat meerdere transfers van zeven tot tien miljoen euro doet, was enkele jaren eerder nauwelijks voorstelbaar.

Daar tegenover staat dat de club op extern aangetrokken spelers inmiddels al ruim 111 miljoen euro winst realiseerde via verkopen. Hancko, Gimenez, Paixão, Wieffer en verschillende andere aankopen werden niet alleen sportieve steunpilaren, maar ook financiële successen. En het verhaal is waarschijnlijk nog niet voorbij.

De transfermachine achter de groei

De huidige selectie vertegenwoordigt volgens Transfermarkt ongeveer 210 miljoen euro aan waarde bij extern aangetrokken spelers. Trek je daar de aankoopsommen vanaf, dan resteert een potentiële toekomstige transferwinst van om en nabij de 100 miljoen euro. In dat opzicht creëerde Feyenoord onder Te Kloese een transfermachine die in Nederland eigenlijk alleen PSV de afgelopen jaren structureel wist te evenaren.

Maar juist onder dat succes liggen ook de ingewikkeldste vragen verborgen.

Want terwijl Feyenoord groeide, werd de club tegelijkertijd afhankelijker van voortdurende groei. Dat zie je misschien nog wel het duidelijkst terug in het werkkapitaal. Ondanks Champions League-miljoenen, recordomzetten en grote transferwinsten verslechterde het werkkapitaal onder Te Kloese fors. Van ongeveer min 18 miljoen euro in 2022 naar ruim min 50 miljoen euro een jaar later. Ook daarna bleef het stevig negatief.

Dat betekent feitelijk dat Feyenoord structureel bleef leunen op toekomstige inkomsten. Op Europese deelname. Op transfertermijnen. Op nieuwe verkopen. Op vooruitkijkend geld. Dat is een fundamenteel andere realiteit dan de positieve nettoresultaten op het eerste gezicht suggereren.

Het eigen vermogen groeide indrukwekkend. Van ongeveer 1 miljoen euro in 2022 naar ruim 37 miljoen euro in 2025. Al vertekent dat beeld nog wel, het positieve eigen vermogen komt namelijk voort uit de agioreserve van de Vrienden van Feyenoord. Dat bedrag van ruim 40 miljoen euro is het restant van de reddingsconstructie die Feyenoord in eerdere jaren overeind hield.

Pas wanneer Feyenoord ook ná uittreding van de Vrienden-constructie daadwerkelijk positief eigen vermogen overhoudt uit eigen bedrijfsvoering, kan de club echt stellen dat het financiële litteken van het verleden is weggewerkt. Op basis van de huidige cijfers betekent dat feitelijk dat Feyenoord nog minimaal ongeveer 3,5 miljoen euro netto moet toevoegen (plus de hoogte van eventueel dividend) om ook zonder de agioreserve definitief in positief eigen vermogen terecht te komen.

Dat lijkt haalbaar. Zeker door de verkopen van Paixão, Hancko en verwachte winsten op Hadj Moussa, Read en Ueda. Maar daar zit direct ook de kwetsbaarheid van het model.

Want Feyenoord blijft voor die groei afhankelijk van drie factoren:
Europese inkomsten
Transferwinsten
Maximale exploitatie van De Kuip

Zodra één van die pijlers wegvalt, komt er direct druk op het systeem. En precies daarom werden de trainerskeuzes van Te Kloese uiteindelijk misschien wel belangrijker dan welke transfer dan ook.

Onder Arne Slot functioneerde Feyenoord als een bijna perfecte waardemachine. Spelers werden beter, de selectie werd meer waard en Europese prestaties hielden het vliegwiel draaiende. Slot was niet alleen trainer, maar feitelijk de motor achter het hele economische model. Daarom bleek zijn vertrek misschien wel het kantelpunt van de hele periode.

De keuze voor Brian Priske moest zorgen voor continuïteit, maar mondde uit in onrust. Sportief, tactisch en organisatorisch verloor Feyenoord stabiliteit. Daarmee kwam direct druk op het financiële model, want Feyenoord had zichzelf inmiddels ingericht op structurele topomzetten en Europese prestaties. Daarna volgde Robin van Persie. Een keuze die emotioneel uitstekend uitlegbaar was, maar tegelijkertijd opnieuw liet zien hoe gecentraliseerd Feyenoord onder Te Kloese was geworden. Door zijn driedubbele rol als algemeen directeur, technisch verantwoordelijke en internationale onderhandelaar kwam vrijwel alle grote besluitvorming uiteindelijk bij dezelfde persoon terecht.

Dat maakte Feyenoord slagvaardig tijdens de opbouwfase, maar kwetsbaar zodra belangrijke keuzes verkeerd uitpakten.

De echte balans van zijn nalatenschap

En juist daarom is de erfenis van Dennis te Kloese zo ingewikkeld. Hij liet een Feyenoord achter dat sportief groter werd. Financieel groeide. Meer transferwaarde vertegenwoordigde dan in decennia. Een club die internationaal weer serieus genomen werd en miljoenen kon investeren zonder direct richting de rand van de afgrond te schuiven.

Maar tegelijkertijd liet hij ook een Feyenoord achter dat duurder, complexer en afhankelijker werd van voortdurende groei. Een club waarin de jeugdopleiding relatief minder dominant werd in de totale selectiewaarde. Waar bijna veertig procent van de transferinkomsten in zijn periode nog altijd uit eigen jeugd kwam, terwijl jeugd momenteel nog slechts ongeveer zeven procent van de totale selectiewaarde vertegenwoordigt.

Waarschijnlijk is dat uiteindelijk de echte beweging tijdens de Te Kloese-jaren.

Niet dat Feyenoord weer rijk werd. Maar dat Feyenoord probeerde definitief afscheid te nemen van het oude overlevingsmodel en zichzelf opnieuw uitvond als moderne Europese voetbalorganisatie. Met alle ambitie, schaalvergroting en risico’s die daarbij horen.


Lees ook
TERUGBLIK | Tijdperk Te Kloese van start
Nieuws

TERUGBLIK | Tijdperk Te Kloese van start

 

Lees ook