Toen Dennis te Kloese in januari 2022 begon als algemeen directeur van Feyenoord, stapte hij een club binnen die sportief weer voorzichtig overeind krabbelde, maar financieel nog altijd broos was. De Conference League-campagne onder Arne Slot gaf Feyenoord energie en zichtbaarheid, alleen onder de motorkap bleef de situatie fragiel. De club had jaren van financiële schade achter de rug, was afhankelijk geweest van steunconstructies en beschikte nauwelijks over buffers.
Nu eindelijk de opvolgers van Dennis te Kloese, Robert Eenhoorn en Devy Rigaux binnen zijn is het tijd om terug te blikken op het tijdperk Te Kloese, hierbij deel één van de drie.
Een broze startpositie
Dat blijkt ook uit de cijfers. Over boekjaar 2021-2022 noteerde Feyenoord een negatief nettoresultaat van ruim 4,5 miljoen euro. Het eigen vermogen bedroeg op dat moment slechts ongeveer 1 miljoen euro. Een vertekend beeld want in dat positieve eigen vermogen bestond 40 miljoen uit de agioreserve van de Vrienden van Feyenoord. Het werkelijke eigen vermogen bedraagt dus circa 39 miljoen negatief.
De agioreserve van ruim 40 miljoen euro is namelijk geen opgebouwd voetbalvermogen uit exploitatie, transfers of Europees succes. Daarmee begon de opdracht van Te Kloese feitelijk op twee fronten tegelijk: sportief herstellen én structureel eigen vermogen opbouwen dat niet afhankelijk was van noodconstructies uit het verleden. Die context maakt ook duidelijk waarom zijn rol al snel groter werd dan die van een traditionele algemeen directeur.
Macht geconcentreerd in één functiepakket
Na het wegvallen van Frank Arnesen nam Te Kloese in juni 2022 tijdelijk ook de technische portefeuille over. Uiteindelijk bleef hij die functie structureel combineren met het algemeen directeurschap. Daarmee ontstond een zeldzame machtspositie binnen Feyenoord. Te Kloese werd tegelijkertijd algemeen directeur, technisch eindverantwoordelijke én het internationale gezicht van de club richting zaakwaarnemers, investeerders en buitenlandse contacten.
In de praktijk draaide een groot deel van Feyenoord om één persoon. Dat had voordelen. Besluitvorming verliep snel, de lijnen waren kort en Feyenoord kon slagvaardig handelen op de transfermarkt. Zeker in de zomer van 2022 werkte dat model uitstekend. Feyenoord verloor met Sinisterra, Malacia, Senesi en Aursnes een groot deel van de ploeg die de finale van de Conference League had gehaald, maar wist opvallend adequaat te reageren. De kern van die transferzomer bleek achteraf de basis voor het sportieve hoogtepunt onder Arne Slot.
Hancko kwam voor ongeveer 8,3 miljoen euro over van Sparta Praag en groeide direct uit tot defensieve leider. Gimenez werd voor zes miljoen gehaald bij Cruz Azul. Paixão kwam uit Brazilië voor circa 4,5 miljoen euro. Szymanski bleek een schot in de roos, net als de relatief goedkope Mats Wieffer. Daarnaast kwamen spelers als Danilo, Idrissi en Wellenreuther vrijwel zonder transfer of huursom binnen.
Niet iedere aankoop was raak. Dilrosun, López, Taabouni, Bjørkan en Kasanwirjo voldeden uiteindelijk niet aan de verwachtingen. Maar in de eerste fase van Te Kloese werden de missers ruimschoots gecompenseerd door de kwaliteit van de absolute kernspelers die Feyenoord wist binnen te halen.
Sportieve opleving, financiële spanning
Dat leidde in 2022-2023 tot een sportieve explosie. Feyenoord werd landskampioen, overwinterde in Europa en keerde definitief terug in de Champions League. Financieel begon de club daardoor ook zichtbaar te herstellen. Het nettoresultaat draaide van ruim 4,5 miljoen verlies naar ongeveer 6,6 miljoen winst. Het eigen vermogen steeg van 1 miljoen naar ruim 6 miljoen euro.
Toch zat onder die groei een opvallende tegenstelling verborgen. Waar het eigen vermogen verbeterde, verslechterde tegelijkertijd het werkkapitaal enorm. Dat daalde van ongeveer min 18 miljoen euro naar meer dan min 50 miljoen euro. Dat betekent feitelijk dat Feyenoord, ondanks de stijgende inkomsten, steeds afhankelijker werd van toekomstige inkomstenstromen, vooruit ontvangen gelden, transfertermijnen en kortlopende verplichtingen. Dat is geen detail.
Nieuwe economische realiteit
Want juist daar ontstond het economische model van Feyenoord onder Te Kloese: groei via Europese inkomsten, transferhandel en stijgende spelerswaardes, terwijl de liquiditeitsdruk tegelijkertijd hoog bleef. Feyenoord werd rijker op papier, maar niet automatisch comfortabeler in cashflow en dagelijkse financiële ruimte.
Die spanning zou de jaren daarna alleen maar groter worden. Sportief leek Feyenoord onder Slot ondertussen dichter bij de Europese subtop te komen. De selectie vertegenwoordigde steeds meer waarde en de transferstrategie werkte grotendeels. Maar tegelijkertijd groeide binnen de club ook de afhankelijkheid van Te Kloese zelf.
Want door de combinatie van functies kwam steeds meer verantwoordelijkheid bij één persoon te liggen. Niet alleen transfers, maar ook bestuurlijke keuzes, trainersaanstellingen en de lange termijnvisie kwamen in belangrijke mate bij hem terecht. Juist daarom werden latere keuzes rond trainers uiteindelijk zo bepalend voor zijn nalatenschap.
Want waar de eerste fase van Te Kloese draaide om wederopbouw en het benutten van het fundament dat Arne Slot sportief had gelegd, zou later blijken dat succes ook een schaduwzijde had: Feyenoord werd alleen sterker zolang de juiste trainer op de bank zat. Daarmee werd de keuze van de Slot-opvolgers misschien wel de belangrijkste beslissing van zijn hele bestuursperiode.
— FR-Fans.nl (@FRFansNL) May 27, 2026