Feyenoord werd tegen Barcelona geconfronteerd met het enorme verschil tussen de Nederlandse en Europese top. De ploeg van Giovanni van Bronckhorst kende wel enkele goede momenten, maar kon uiteindelijk niet voorkomen dat de Catalanen vijf keer toesloegen. Driessen stoorde zich in zijn column voor De Telegraaf vooral aan de reactie van Feyenoord op die harde nederlaag.
Valentijn Driessen heeft weinig begrip voor de manier waarop Feyenoord de forse nederlaag tegen FC Barcelona leek te accepteren. De Rotterdammers gingen in de Champions League met 5-1 onderuit, maar volgens de chef voetbal van De Telegraaf was er na afloop opvallend weinig frustratie zichtbaar bij de ploeg.
Schoolreisjessyndroom en de olympische gedachte
Het leek er vooral op dat Feyenoord niet kwam om zich echt te meten. "Het schoolreisjessyndroom en de olympische gedachte dat meedoen belangrijker is dan winnen droop ervan af bij de Feyenoorders. Van veel chagrijn na overklast te zijn geen spoor", schrijft Driessen.
Daarmee doelt de journalist op de manier waarop bij Feyenoord na afloop vooral werd gesproken over de ervaring die de spelers konden meenemen uit het duel met Barcelona. Dat het verschil met een Europese grootmacht aanzienlijk is, betekent volgens Driessen niet dat een nederlaag van dergelijke omvang zomaar geaccepteerd moet worden.
De lat moet volgens hem juist bij een club als Feyenoord hoog blijven liggen. Spelers mogen onder de indruk zijn van het niveau waarop Barcelona acteert, maar moeten tegelijkertijd kritisch blijven op hun eigen optreden.
Sem Steijn juichte uitbundig, Gjivai Zechiël stond te glunderen na afloop en Luciano Valente vond dat Feyenoord niet onderdeed voor Barcelona. "Dan mag je door je collega's met beide benen op de grond worden gezet", aldus Driessen.
De woorden van Driessen staan daarmee haaks op de meer relativerende geluiden die na afloop te horen waren. Voor de columnist moet een 5-1 nederlaag vooral pijn doen, ook wanneer die wordt geleden tegen een ploeg van het kaliber Barcelona.