Ook de huidige interlandperiode zorgde er voor dat meerdere Feyenoorders vertrokken naar hun nationale ploeg, terwijl andere spelers in Rotterdam konden blijven en zich volledig konden richten op de hervatting van de competitie.
De interlandperiode zorgt ieder seizoen bij supporters voor gemixte gedachtes. Waar de ene speler juist gebaat is bij extra speelminuten voor zijn nationale ploeg, ziet de club een deel van de selectie tijdelijk vertrekken. De vraag is dan ook: is zo'n interlandperiode uiteindelijk een voordeel of juist een nadeel voor Feyenoord?
Voor de internationals betekent een interlandperiode extra wedstrijden, maar ook andere trainingsvormen en soms lange reizen. Tegelijkertijd kunnen die wedstrijden waardevol zijn. Spelers houden hun wedstrijdritme vast, doen internationale ervaring op en kunnen met vertrouwen terugkeren naar Feyenoord.
Blessure Watanabe
Daar staat echter een belangrijk nadeel tegenover. De belasting en het risico op blessures. Dat werd deze interlandperiode opnieuw duidelijk bij Tsuyoshi Watanabe. De verdediger kwam voor Japan in actie, maar heeft de nationale ploeg inmiddels vanwege een blessure verlaten.
Voor Feyenoord is het nu afwachten hoe ernstig de kwetsuur van Watanabe is en of hij inzetbaar is bij de hervatting van de competitie, volgende week zaterdag tegen AZ in De Kuip. Zijn situatie laat wel zien waarom clubs tijdens een interlandperiode niet alleen kijken naar de prestaties van hun spelers, maar ook naar hoe zij terugkeren in Rotterdam.
Wat weegt uiteindelijk zwaarder, wel of geen interlands?
Is de interlandperiode voor Feyenoord vooral een kans voor spelers om zich verder te ontwikkelen en wedstrijdritme op te doen? Of zijn de extra wedstrijden, reisbelasting en het risico op blessures uiteindelijk vooral een nadeel?