Noem het gerust een wonder: in een armoedig seizoen waarin van alles misgaat, lijkt Feyenoord zich toch te verzekeren van Champions League-voetbal. Maar de opluchting die zich nu van ons meester maakt, mag niet verhullen wat een puinhoop erachter schuilgaat.
Het is zo’n seizoen waarin het zijn van Feyenoordsupporter niet voelt als een voorrecht, maar als een plicht. Net zo plichtmatig verscheen Feyenoord aan de aftrap in Sittard, een stad waar je de indruk krijgt dat er geen water maar whisky uit de kraan komt. En waar Feyenoord, na opnieuw een verschrikkelijke wedstrijd, toch won en zich plots de winnaar van het weekend mocht noemen.
Niet lang nadat Dennis te Kloese zijn vertrek wereldkundig maakte, verscheen Feyenoord mét Mats Deijl en zonder Raheem Sterling aan de aftrap. Het is lastig te zeggen wat een groter bewijs is van het falen van het aankoopbeleid dit jaar. In ieder geval deed het opnieuw pijn om naar Deijl te kijken.
Maar niets zo pijnlijk als de terugkeer van de totaal overbodige ‘Jerry’ St. Juste afgelopen winter. Al bij zijn debuut tegen PSV liet hij zien dat Feyenoord een fout had gemaakt. De verdediger leek zichzelf als verlosser te beschouwen - wie weet wat hem allemaal is wijsgemaakt - en rende als een kip zonder kop tussen de linies door, schreeuwend naar ploeggenoten en blind jagend op de bal.
Wie denkt dat Timo Wellenreuther een wilde is, heeft St. Juste nog niet goed bekeken. Zelfs nu hij allang geen verlosser blijkt, voelde hij zich tijdens zijn invalbeurt gisteren geroepen de regie te nemen toen Wellenreuther geblesseerd op het veld lag en de verzorgers waren gearriveerd. Als een maniak duwde St. Juste een van hen hardhandig weg, bang dat een behandeling te veel tijd zou kosten.
In een voetbalwereld waarin een paar minuten te laat komen op de training al streng wordt bestraft vanwege het groepsproces, vraag je je af welke sanctie hierop volgt.
Het past in een toch al foeilelijk seizoen: een dramatische Europese campagne, een vroege bekeruitschakeling en een straatlengte achterstand op kampioen PSV. Te Kloese heeft in ieder geval zijn conclusies getrokken; voor hem zit het er binnenkort op. Het is moeilijk te ontkennen dat het aanstellen van de onervaren Robin van Persie zijn grootste misser is geweest.
Tegen Fortuna wist Feyenoord vooraf dat het uitstekende zaken kon doen bij een overwinning. Toch kwam het elftal opnieuw ongeïnspireerd voor de dag. Voorzichtig werd gezocht naar kansen. Van Persie, die eerder nog sprak over aanvallend en dominant voetbal, lijkt die visie al na een paar weken met mentor Dick Advocaat te hebben doorgebracht naast zich neer te hebben gelegd. Blijkbaar was het vertrouwen in zijn eigen aanpak minder groot dan hij deed voorkomen.
Als Te Kloese toch al van plan was te vertrekken, rijst de vraag waarom hij Van Persie niet eerder uit zijn lijden heeft verlost. Nu lijkt de jonge trainer ook volgend seizoen voor de groep te staan. Niet gehinderd door al te veel zelfkritiek zal hij wijzen op het behaalde Champions League-ticket.
Op papier heeft Feyenoord inderdaad de belangrijkste doelstelling gehaald (al zei Van Persie zelf dat hij kampioen wilde worden). Maar niets, werkelijk niets, wijst erop dat de club volgend seizoen het gat met PSV zal dichten. Sterker nog: de kans is aanzienlijk dat de achterstand deze zomer verder oploopt.
Feyenoord moet op zoek naar nieuwe leiding, terwijl tegelijk knopen moeten worden doorgehakt over de selectie, die inmiddels grotendeels bestaat uit middelmaat en blessuregevoelige spelers. Een inwerkperiode is er niet. Op een cruciaal moment, in een zomer waarin de erfenis van Arne Slot echt op het spel staat, oogt de club uiterst wankel. Je zou willen dat er even een verzorger naar kijkt, al moeten we dat dan wel voortaan eerst met St. Juste overleggen.
Peter