Rijnmond ging langs in België, waar Boskamp woont. Frank Stout nam gehaktballen mee, die samen opgegeten werden. Ook ging het natuurlijk over zijn club Feyenoord. 'Als je supporter bent en je bent ziek, dan word je er echt niet beter van', zegt Boskamp tegen Rijnmond, waarvan het interview op de YouTube pagina van Rijnmond is geplaatst. 'Het enige geluk is dat we nog steeds tweede staan.'
Jan Boskamp is een tijd ziek geweest. De oer-Feyenoorder lag vijf weken in het ziekenhuis en kwam een half jaar niet buiten. Boskamp had spierreuma. Hij viel flink af, maar inmiddels wordt hij steeds fitter.
Boskamp probeerde Feyenoord toch te volgen. De wedstrijd Ajax - Feyenoord zette hij af. Ook tegen FC Twente was het niet goed, zag Boskamp. 'Toen de week er op, Feyenoord - FC Twente. Als we met de rust met 0-4 achter staan hadden we helemaal niks te zeggen. We werden helemaal zoek gespeeld.'
Ook bij de wedstrijd PSV - Feyenoord koos hij er voor om naar wielrennen te gaan kijken. 'Je komt niet aan de bal. Een van de sportmensen van Nederland rijdt dan iedereen aan gort. Winnen vind ik het leukste.'
Boskamp gaat dieper in op de situatie bij Feyenoord. 'Ik heb van de week toevallig gelezen. We hebben 43 contract spelers. Hoe kan dat nu. Dan kun je ontzettend moeilijk met 43 man, kun je niet werken. Dat bestaat gewoon niet. Op een bepaald moment ga je naar je vaste kern toe. Het gaat er om dat je een ploeg neerzet die elkaar blind vindt. Dat gevoel heb ik niet bij ons.' Boskamp ziet ook dat vaak dezelfde spelers worden gewisseld. Frank Stout geeft aan dat dat komt dat spelers nog geen 90 minuten kunnen spelen, maar Boskamp denkt daar het zijne van.
Ook het spel is niet best bij Feyenoord. 'Soms zie je dat die kleine ploegen beter positiespel spelen dan wij. Tegen Telstar kwamen we echt nog goed weg. En Go Ahead Eagles spelen we bijna twee dagen elf tegen tien.'
In het item met Rijnmond lijkt Boskamp weer de oude te zijn als het gaat om praten over voetbal. 'Ik ben twee jaar geleden gestopt. Ik kon het niet meer opbrengen. Heen en weer rijden. Ik vind het leuk. Ik ben toch geen ouwe lul dat ze me komen halen. Ik wil zelf rijden.'